Onderwijs

Pedagogiek

De naam Vrije School is aan het begin van de vorige eeuw gegeven, omdat Vrije Scholen vrij van staatsbemoeienis waren en daarom geen subsidie kregen. Het heeft dus niets te maken met het vrijlaten van kinderen, zoals veel mensen onterecht nog denken. Binnen door de overheid gestelde grenzen hebben we de vrijheid om het onderwijs aan te bieden zoals dat door grondlegger Rudolf Steiner in het Vrije Schoolleerplan is vastgelegd.

Leeftijdsfasen

Binnen de Vrije School maken we onderscheid tussen drie verschillende leeftijdsfasen van het kind: van 0 tot 7 jaar, van 7 tot 14 jaar en van 14 tot circa 21 jaar. Elke fase vraagt om een eigen, passende pedagogische aanpak. In de eerste levensfase spreken we de wil aan door te doen. In de leeftijd van 7-14 leggen we het accent op het gevoelsleven van het kind. En vanaf 14 jaar groeit het denken uit tot een zelfstandige kracht. Ieder kind maakt daarbij zijn eigen en unieke ontwikkeling door en binnen de leeftijdsfasen zijn kinderen niet gelijk. Onze leerkrachten kijken dan ook voortdurend naar wat voor ieder kind individueel nodig is en wat de klas als geheel vraagt.

Gezonderwijs
Vrije School Brabant biedt Gezonderwijs. Dat is niet alleen de tafels uit je hoofd leren of weten wanneer je ‘vindt’ met een d of t moet schrijven. We laten kinderen namelijk zien dat het leven om zoveel meer draait dan rekenen en taal alleen. Zoals zorgen voor elkaar bijvoorbeeld. Of aandacht hebben voor cultuur en betrokken zijn bij de maatschappij. Want naast de ontwikkeling van je verstand, is het net zo belangrijk dat je je gevoel ontwikkelt en leert om zelfstandig bezig te zijn. Hoofd (verstand), hart (gevoel) en handen (creëren) worden daarbij aangesproken, zodat leren een gezond geheel is.

Klassen en klassenleraren

Vrije School Brabant is een basisschool, die onderscheid maakt tussen kleuterklassen (groep 1 en 2) en de klassen 1 t/m 6 (groep 3 t/m 8). Dit doen we om de verschillen in pedagogische aanpak duidelijk te maken. De kinderen blijven in beginsel gedurende twee leerjaren onder de hoede van dezelfde klassenleraar. Dat wil zeggen dat klas 1 en 2, klas 3 en 4 en klas 5 en 6 dezelfde klassenleraar hebben.

Samenstelling
De samenstelling van een klas is vaak zeer gemêleerd. Handwerkers en hoofdwerkers zitten door elkaar heen en hebben elkaar nodig. Zo geeft de schoolomgeving een reëel beeld van hoe de samenleving in elkaar steekt. Hierdoor krijgt het kind de kans te luisteren, hulp te bieden, wederzijds begrip en respect op te brengen en samen te werken.

Respect
Belangrijk onderdeel van de dag is de manier waarop de leraar de kinderen ’s morgens tegemoet treedt: hij geeft ze namelijk allemaal een hand. Daarmee toont hij zijn respect voor de speciale talenten, het eigen ontwikkelingstempo en de unieke persoonlijkheid van ieder van hen.

Zittenblijven
Een ontwikkelingsfase die eenmaal doorlopen is, herhaalt zich niet meer. Groeien kun je niet overdoen en zittenblijven is daarom niet gebruikelijk.

Periodeonderwijs en vaklessen

Het onderwijs wordt in drie onderscheiden vormen gegeven: het periodeonderwijs, vaklessen en het oefenuur.

Periodeonderwijs

Periodeonderwijs houdt in dat gedurende een aantal weken achtereenvolgens de eerste twee lesuren van de dag worden besteed aan één bepaald vak. De leerstof wordt daarbij intensiever verwerkt dan mogelijk zou zijn met uren verspreid over de dag en de week.

Vaklessen
Vaklessen worden het hele jaar door op latere uren van de dag gegeven. Het zijn lessen in de vakken waarbij een voortdurende oefening noodzakelijk is, zoals het onderwijs in vreemde talen: Engels, Duits, Frans en Latijn.

Oefenuur
Het oefenuur vindt dagelijks plaats om kinderen (individueel, in groepjes of klassikaal) daar waar nodig extra verdieping van de stof te geven.

Kunstzinnig onderwijs

In de Vrije School wordt veel aandacht besteed aan de ontwikkeling van de kunstzinnige vermogens. Dit zowel op gebieden als tekenen, schilderen en handvaardigheid, als op muzikaal gebied. Schilderen, vormtekenen, spraakvorming, muziek, toneel en euritmie (bewegingskunst van ritme en klank in taal en muziek) zijn de vakken die helpen de kinderen op te voeden tot zo breed mogelijk ontwikkelde mensen. De Vrije School tracht hiermee het kind op te voeden tot een ware levenskunstenaar; iemand die creatief om kan gaan met steeds veranderende levenssituaties.

Viering van jaarfeesten

Het is belangrijk dat de kinderen zich verbinden met het jaarritme en de wisseling van de seizoenen. Dit gebeurt door het vieren van de jaarfeesten, die een belangrijke plaats binnen de school innemen. De vier grote jaarfeesten, Michaël, Kerst, Pasen en Sint-Jan markeren de seizoenen. De jaarfeesten zoals ze op school gevierd worden, kennen naast de verbondenheid met de natuur ook een Christelijke oorsprong. Deze Christelijke beleving van de jaarfeesten doet een beroep op onze innerlijke ontwikkeling. Naast de vier grote jaarfeesten besteden we bovendien aandacht aan de volgende feesten en vieringen: Sint-Maarten, Sint-Nicolaas, de Advent, Driekoningen, Carnaval, Palmpasen en Pinksteren.

Leerlingenzorg

De klassenleraar is de verantwoordelijke contactpersoon als het gaat om de ontwikkeling van uw kind op school. Iedere leraar werkt met een individueel leerlingvolgsysteem, waarin hij of zij de ontwikkelingen van het kind vastlegt. Door middel van observaties, studie, toetsen en gesprekken vormt de leraar zich een beeld van het kind. Wanneer de ontwikkeling om een speciale aanpak vraagt, maakt de leraar afspraken met de ouders over zijn werkwijze met het kind in de klas. Dit noemen we het Klein handelingsplan. Dit valt onder verantwoordelijkheid van de klassenleraar en wordt uiteraard vastgelegd en regelmatig geëvalueerd.

Zorgoverleg

Wanneer een leraar tot de conclusie komt dat de aanpak van een leerling in de klas te kort schiet, wordt een kind in het zogenaamde Zorgoverleg op schoolniveau besproken. Alle leraren nemen deel aan het overleg, waar pedagogische, didactische en gedragsproblemen aan de orde kunnen komen. Uit het zorgoverleg, de kinderbespreking* of na onderzoek kan een Groot handelingsplan voortkomen. Dit plan wordt met de ouders besproken, door de ouders ondertekend en geëvalueerd. Kinderen met specifieke pedagogische of constitutionele problemen kunnen worden overgedragen aan een zorgteam. Dit bestaat uit de interne begeleider, de remedial teacher, de schoolarts, eventuele therapeuten en de betreffende leraar.

* Tijdens twee bijeenkomsten waaraan alle leraren deelnemen wordt een kind besproken. Uitgangspunt hierbij is een vraag die door de leraar in overleg met de ouders is geformuleerd.

Rapportage

Op de Vrije School geven wij geen cijferrapporten. Deze zeggen namelijk niets over de unieke ontwikkeling van het kind zelf, zijn creatieve en sociale vermogens, initiatiefkracht, concentratie, werkverzorging en gevoel voor ethiek. Daarom wordt aan het eind van elk schooljaar aan ouders en kind een persoonlijk getuigschrift overhandigd. Hierin wordt een beeld geschetst van de ontwikkeling van het kind en van zijn vorderingen in de diverse leervakken. Daarnaast worden twee keer per jaar de ontwikkeling van alle kinderen nader bekeken aan de hand van observatielijsten, vastgestelde opdrachten of toetsen.

Oudergesprekken
Ouders en leraren kunnen de ontwikkeling van het kind met elkaar bespreken tijdens ouderbezoeken, de oudergesprekken en op de regelmatig terugkerende ouderavonden in de klas. Op wederzijds verzoek is er gelegenheid om in gesprek te gaan met klassen- en vakleraren over het kind.

SPIL - Stichting De Vrije School Brabant heeft in haar visie en missie geformuleerd dat ze op pedagogisch gebied wil aansluiten bij de maatschappelijke ontwikkelingen. SPIL biedt ons daartoe de kans. De doorgaande ontwikkelingslijn en gezamenlijke zorgstructuur voor de kinderen is al sterk verankerd in ons soort onderwijs. Met SPIL verplaatsen we ons echter van een geïsoleerd ‘cultuureiland’ naar een Eindhovense school die meedraait op gemeentelijk niveau. Een school bovendien die zich als zodanig verder professioneel kan ontwikkelen. Binnen de kaders van SPIL blijft er voldoende ruimte voor onze eigen identiteit en het ontwikkelen van een eigen pedagogisch beleid.